Child in the City: samen bouwen aan kindvriendelijke steden

Eind november vond de 11de editie van Child in the City World Conference plaats. Alles stond in het thema van ‘building the future’. Van 20 tot 22 november waren 300 experten en 35 nationaliteiten aanwezig in het Koninklijk museum van schone kunsten in Brussel om er samen na te denken over de plaats van kinderen in de stad. Ook wij waren van de partij en lieten ons inspireren.

Door Lisa Verrando en Gisèle Vervoort

Werken aan klimaatbestendige en kindvriendelijke woonomgevingen mét kinderen

Mona Meienberg van Unicef opende als een van de eerste sprekers door te zeggen dat het vreemd is wanneer volwassenen kindvriendelijke steden zouden willen creëren zonder kinderen. Voor ons een open deur en hoewel er al veel wordt gedaan, weten we ook dat op niveau van het lokaal bestuur nog veel kansen liggen. Aangezien de urbanisatie wereldwijd groeit – al meer dan de helft van de wereldbevolking en meer dan 80 % van de West-Europeanen woont in steden – groeit ook de nood aan meer klimaatbestendige kernen. Op de conferentie hoorden we geregeld dat mensen zoekende zijn om jongeren bij dit thema te betrekken.

We konden dan ook op veel belangstelling rekenen toen we ons project Ruimtehelden voorstelden. We spraken met verschillende architectuur- en designstudenten, professoren, onderzoekers en andere werknemers die op zoek waren naar participatieve methoden om met kinderen (klimaatbestendige) omgevingen te ontwerpen. Een ontwerper van speelruimte uit Nederland was alvast enthousiast: “hier wordt ik blij van”.

Sabine stelde ons ‘Young Trailblazers’ voor, beter bekend als Jonge Wegweters (meer hierover lees je onder andere in het artikel Jonge Wegweters in actie en op de website jongewegweters.be).

Ook ons ‘Teenage space network’ (tienerweefsel) voor Wilrijk deelden we met de wereld. Eén van de vragen die uit het publiek kwam, was of we verschillen opmerkten tussen verschillende subculturen of groepen van tieners. Uiteraard was het bijvoorbeeld slechts een deel van de Wilrijkse jongeren dat meer skatemogelijkheden doorheen de stad wilde, terwijl een ander deel de verbinding met het Antwerpse stadscentrum naar voren schoof als aandachtspunt.

De aandacht voor diversiteit en ‘many childhoods’ kwam meerdere keren als thema terug doorheen het congres. We moeten alert zijn met universele, generieke oplossingen voor kind- en jeugdvriendelijkheid, want zowel buurten, contexten als kinderen/tieners/jongeren zijn steeds uniek. Dit benadrukte Sander Van Thomme in zijn verhaal over kindvriendelijke wijken in Brussel. Hij stelde via onderzoek met jongeren vast dat er uitgesproken verschillen zijn tussen en binnen de drie onderzochte Brusselse wijken. Maria Jesus Alfaro-Simmonds en Sue Bond-Taylor onderzochten in het ‘Chill Project’ op hun beurt drie Britse wijken en benadrukten daarbij dat onderzoek naar jeugdvriendelijke plekken niet over, maar mét jeugd moet gebeuren.

Dankzij Piet Tutenel maakten we verder nog kennis met kinderen in een ziekenhuiscontext. Daar is het belangrijk om bij ontwerp te vertrekken vanuit wat kinderen en hun ouders doen in een alledaagse ziekenhuiscontext. Ook Blanca Calvo en Raquel Colacios vertrokken voor hun gids voor autismevriendelijke speeltuinen vanuit de kinderen zelf en gingen door middel van co-creatie met hen aan de slag.

Heldere communicatie is cruciaal

Ervoor zorgen dat kinderen en jongeren betrokken blijven tijdens een participatieproces is niet altijd eenvoudig. Dit merkten we in het bijzonder bij de opmaak van het tienerweefselplan in Wilrijk, dat in volle coronaperiode liep.

Maar ook Hilde Wierda-Boer, onderzoekster bij de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, merkt dat het gemotiveerd houden van kinderen een heuse uitdaging is. Zeker bij ruimtelijke planningsprojecten die enkele jaren lopen. Hoe langer het duurt voor er resultaten te zien zijn, hoe moeilijker het namelijk is om jeugd geëngageerd te houden om eraan mee te werken. Wierda-Boer deed samen met drie universiteiten onderzoek naar het vergroten van de leefbaarheid van plattelandsdorpen vanuit het perspectief van kinderen. Het onderzoek liep van 2016 tot 2019 en had betrekking op 55 Nederlandse dorpen. Dat communicatie enorm belangrijk is, bleek duidelijk uit het voorbeeld van Alphen. In dit dorp werden de verwachtingen op voorhand te weinig afgestemd met kinderen. Het onderzoek duurde niet enkel langer dan verwacht, ook de ideeën van de kinderen werden zonder enige uitleg van de baan geveegd, waardoor heel wat kinderen tijdens het traject afhaakten.

Ideeën voor toekomstig onderzoek?

Op Child in the City lieten we ons ook graag inspireren. Hieronder lees je wat ons zoal is bijgebleven op het gebied van onderzoek en (inspraak)methodes.

‘Junk playgrounds’

Wadha Almutawa bracht een inspirerend verhaal over de rol die ‘junk playgrounds’ kunnen spelen voor het verwerken van trauma’s. Zo kunnen ‘rommelspeeltuinen’ een manier zijn voor kinderen die een (plotse) migratie beleven om vrij te kunnen spelen en creëren, hetgeen hen betrokken maakt en eigenaarschap geeft over hun eigen speelkansen.

Hierbij besteedde men ook aandacht aan de te hanteren taal voor dit soort bouwspeelplaatsen. De term ‘junk playground’ schrikt sommigen eerder af en kan met name in achtergestelde wijken het idee geven dat er niet in échte speeltuinen in hun buurt geïnvesteerd wordt. Daarom verkiest men soms eerder voor de term ‘adventure playgrounds’. De initiële appreciatie voor een rommelspeeltuin is ook sterk cultureel afhankelijk. Ouders blijken vooral overtuigd te zijn wanneer er met hen in dialoog wordt gegaan en wanneer ze merken dat hun kinderen op een bouwspeelplaatsen heel wat vaardigheden leren en zich creatief kunnen uitdrukken, hetgeen op een traditionele speeltuin vaak minder het geval is.

Brussels Sound Map

Modulair speelmateriaal

Op het congres kwam ook het thema van verplaatsbaar en multifunctioneel speelmateriaal aan bod. Hier blijkt namelijk een steeds grotere vraag naar te zijn, omdat elk kind spelen op een andere manier beleeft. Bovendien is elke dag anders: de ene dag kan je heel veel zin hebben in actief spelen en bewegen, terwijl je de andere dag het liever rustig aan doet en wat babbelt met je vrienden.

Het is voor kinderen en enorme meerwaarde wanneer ze het materiaal zelf kunnen verplaatsen en hun plek kunnen opbouwen zoals ze dit zelf willen. Dit geeft kinderen eigenaarschap en verruimd hun speelkansen.

Een goed voorbeeld van multifunctioneel speelmateriaal is ‘Hop Up’. Doordat het licht is, kunnen kinderen het materiaal zelf verplaatsen, opruimen en stapelen zoals ze zelf willen. Het is ook moduleerbaar: als een kind nood heeft aan rust kan je een bedje of ligstoel vormen, als het meer avontuurlijk spel wil, dan kan je er een uitdagend parcours mee bouwen.

Daar waar Hop Up eerder geschikt is voor binnenruimten, zagen we een gelijkaardige concept, maar dan voor buitenruimten. Via het project ‘Ludic Streets’ creëerden studenten architectuur van de Technische Universiteit van Lausanne multi-inzetbare panelen die in elkaar kunnen klikken. “Als kinderen iets willen om te voetballen, moet je ervoor zorgen dat ze die ‘goal’ ook kunnen gebruiken wanneer er niet wordt gevoetbald”, klink het. Boomstamschijven en boomstronken zijn dan weer stapelbaar en kunnen gebruikt worden als stoel of stapsteen.

Materiaal ontwikkeld tijdens de cursus: ‘Teaching Unit – Ludic Street’ (© Sonia Curnier)

Tot slot haalden we inspiratie uit de projecten van ‘Playcation’, een oproep die de Vlaamse Gemeenschapscommissie opstartte naar aanleiding van o.a. de bevindingen uit ons buitenspeelonderzoek. Brusselse wijken waar veel mensen in armoede wonen, hebben doorgaans een gebrek aan publiek toegankelijke groen- en speelruimten. Dit terwijl deze wijken bovendien de hoogste concentratie aan jongeren (meer dan 25% van de bevolking) kennen. Deze wijken verdienen dus absolute prioriteit om meer in te zetten op publieke speelruimte.

Binnen Playcation konden organisaties projecten indienen waarin vrije spelkeuze centraal moest staan: een speeltuig of inrichting mocht niet bepalen hoe kinderen zouden moeten spelen. Tijdens enkele terreinbezoeken hadden we de kans om enkele Playcation-projecten en andere (tijdelijke) projecten te bezoeken. Dit gaf ons veel inspiratie voor onze co-creatieprojecten, waarvoor er binnenkort een projectoproep zal verschijnen.

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ontdek meer van Kind & Samenleving Magazine

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder