Zes concepten voor goede speelruimte

Inspirerende ideeën van kinderen

Hoe ontwerp je zinvolle en kwaliteitsvolle speelruimte? Een concreet in te richten terrein hoeft daarbij niet steeds het uitgangspunt te zijn. Laat kinderen wat concepten ontwikkelen en de kans op succes is groot. In het kader van een speelweefselopdracht gingen wij aan de slag met kinderen van een Roeselaarse school. Ze werkten enkele ideeën uit en bleken uit de losse pols zes speelruimteconcepten bedacht te hebben die in geen enkel lokaal speelweefsel zouden mogen ontbreken.

Door Peter Dekeyser

Met Kind & Samenleving doen we diverse lokale speelweefselopdrachten, en zo ook voor de Stad Roeselare. Steevast zetten we daarbij participatie van jeugd in. Op het eerste zicht zitten dergelijke studies vaak op een veeleer abstract niveau: het gaat over spreiding van speelkansen, typologieën van ruimtes, bereikbaarheid, relatie met voorzieningen,… Toch neemt participatie steeds een belangrijke plek in. Kinderen geven aan hoe ze het bestaande weefsel beleven en beoordelen, maar in een volgende stap laten we hen ook concrete ideeën bedenken voor een gewenste toestand.

Met een klas van het zesde leerjaar in Roeselare maakten we zo enkele ontwerpoefeningen over plekken in hun omgeving. In groepjes worden dan ontwerpen gemaakt voor een specifieke plek, via een weloverwogen keuze van iconen van onze tool Picto-Play. Eén groepje pakte het anders aan en richtte zich niet op één specifieke plek: ze bedachten enkele ideeën die, los van de specifieke context waarover het ging, inzetbaar zijn op kleinere plekken en stukjes open ruimte. Hun concepten, die we hier zelf een titel hebben gegeven, verbonden soorten spel met ruimtelijke elementen die dat soort spel ondersteunen. Een interessante oefening die erg inspirerend kan zijn voor lokaal speelruimtebeleid, waar ook in Vlaanderen of Brussel.

Spelen met water

Spelen met water: bij volwassenen is de uitdaging: ‘kan dit wel? Mag dit wel? Durven we daarvoor zorgen?’ Voor kinderen is spelen met water veel meer vanzelfsprekend omwille van de rijke speelkansen en speelse uitdagingen die water in allerlei vormen biedt. Hier koos het groepje nauwgezet enkele iconen uit: dieper water, een trekvlot,  een watervalletje, een eilandje, en de spelvorm evenwicht.

Hiermee creëren ze een avontuurlijke zone die op een eerder ondiepe plas kan ingebracht worden: de speelse uitdaging is om droog over te steken en een eilandje te bereiken. De samenhang van de elementen is hierbij belangrijk. Zoals dat gaat bij uitdagend spel, mag er best wat kans zijn dat dat droge oversteken mislukt. Dat spel bovenop de ondiepe plas inspireerde het groepje bovendien tot evenwichtsspel ‘naast’ de vijver.

Alledaagse dingen

Dat je voor ruimtelijke speelkansen niet noodzakelijk moet teruggrijpen naar echte speeltuintoestellen, lijkt voor de kinderen duidelijk. Op kleinere plekjes is het niet steeds nodig om een speeltuin-sfeer te creëren. Een plek kan zo worden ontworpen dat dingen die geen speeltoestel zijn, toch speels te gebruiken zijn. ‘Alledaagse dingen kunnen ook gebruikt worden’, zo schrijven ze.

Hoe het idee en het begrip ‘alledaagse dingen’ precies is opgedoken, hebben wij tijdens de inspraaksessie helaas gemist. Maar het is een term waarmee het groepje wat wilde doen, en dat is zeker een interessante insteek.

Vooral op plekjes met beperkte ruimte (passageplekjes) laten speelkansen zich mooi integreren in de ‘gewone’ inrichting: stappaaltjes, een speelse bank of een vorm van bespeelbare kunst  – kunst die je net wél mag aanraken en waar je als het ware op kunt klauteren. Hoogtes – springen en klimmen – komen hier in elk element terug. In de tekening die ze als achtergrond maakten, brengen ze nog een essentieel element in: niveauverschillen maken een plek meteen een pak meer bespeelbaar. ‘Hoogtes zijn ook leuk!’ schrijven ze erbij, en ze voorzien een ingreep die aanleiding geeft om erop te klimmen en eraf te springen.

Avontuurlijk parcours

Daar waar de ruimte het toelaat, zien de kinderen kans om een meer uitdagend parcours te maken. 

Hier kiezen ze meer uitgesproken voor speeltoestellen, die ook best wat plaats kunnen innemen: een groter speeltoestel, een kabelbaan, een hangbrug. Daarbij streven ze een uitgesproken samenhang na: het gaat er hen als het ware om de dingen ‘aan elkaar te hangen’. Niet noodzakelijk letterlijk, maar linken tussen de elementen zijn wel uitgesproken en zichtbaar. Deze plek is een parcours, een circuit.

Haast achteloos integreren ze tussen de speeltoestellen een klimboom. Een boeiende uitdaging voor ontwerpers, en ook vanuit het oogpunt van de regelgeving voor veilige uitbating van speelterreinen is dit een haalbare kaart.

Speelnatuur

Met deze oefening laten de kinderen een concept zien dat een echt typevoorbeeld is van hoe je speels landschap creëert met grondwerken en groenvoorziening. Er is een holle struik en lang gras, en bomen, niveauverschillen, een tunnel en veel struiken maken het landschap compleet. Een dergelijke avontuurlijke ruimte vol struikgewas en avontuurlijke natuur komt tegemoet aan speelwensen zoals kampen te maken en ‘griezelige dingen’ ontdekken.

Breder beschouwd geven alle elementen in dit soort plek alle kansen voor verbergen en voor geborgenheid: om je te verstoppen en plots tevoorschijn te komen, en om eigen, verborgen en geborgen plekjes te vinden en te maken.

Chillplekjes, verstopt onder de grond

Die geborgen plekjes duiken opnieuw op in dit concept. Dat niveauverschillen zich ook tot ‘onder de grond’ kunnen uitstrekken, is iets wat we als volwassenen te gemakkelijk over het hoofd zien. Als we er toch aan zouden denken, duiken allerlei praktische bezwaren meteen op in ons hoofd. Kinderen zien er alvast mogelijkheden in. Ze kiezen een pictogram met een grote put maar vullen hem aan: hij is ook bovenaan dicht. En ze tekenen ook zelf een betere versie, waarbij je naar beneden kan glijden tot in de put (al zijn er ook trapjes). Er zitten speelkansen in het glijden, maar hier lijken de kinderen voluit te zoeken naar een soort geborgenheid (en verborgenheid?): ze willen beschutte plekjes creëren om te chillen. Ze schrijven het woord chillen er twee keer bij, en ze kozen ook nog het pictogram ‘rustig zitten, chillen’. Nee, chillen hoeft niet per se op een bankje.

Een eenvoudig speelplekje op buurtschaal

Sommige beschikbare plekken zijn niet zo groot. Toch kunnen ze een speelse invulling krijgen. Hier bedachten de kinderen een fijn concept voor een eenvoudige, bescheiden speelplek op schaalniveau straat of buurt. Het is het soort plekje dat elk kind in zijn onmiddellijke omgeving verdient. Een vlak stukje gazon laat balspelen toe, enkele bomen bij elkaar op een heuvel vormen een bosje, en aan de andere zijde zorgen een muur en twee bomen voor afscherming of buffering. Een klimplant erbij creëert groen en geborgenheid. Eenvoudige ingrediënten voor een buurtspeelplek zonder speeltoestellen.

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

%d