Twee jaar Ruimtehelden

Onze toolbox Ruimtehelden bestaat twee jaar. Sindsdien hebben wij, net als heel wat leerkrachten en ruimtelijk planners, Ruimtehelden gebruikt om les te geven over duurzaam ruimtegebruik of om tieners te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Tijd dus om even stil te staan bij enkele geleerde lessen. Wat gebeurt er wanneer tieners geconfronteerd worden met thema’s zoals verdichting, gedeeld ruimtegebruik of klimaatadaptatie? Welke reacties roepen deze thema’s op? En vooral: hoe kunnen we hiermee omgaan in onderwijs en participatie?

Door Andreas De Mesmaeker 

Tieners staan over het algemeen positief tegenover brede maatschappelijke principes rond duurzaam ruimtegebruik. Ze geven aan dat ze het belangrijk vinden dat er voldoende ruimte is voor natuur in hun omgeving, dat er aandacht is voor klimaatverandering en dat steden en gemeenten inzetten op duurzaamheid. Tieners onderschrijven deze principes relatief gemakkelijk omdat ze zich op een hoger schaalniveau situeren. Ze vragen geen directe persoonlijke opoffering en sluiten aan bij bredere maatschappelijke discoursen waarmee tieners vertrouwd zijn.

Maar vertaal dezelfde principes naar concrete, individuele keuzes, en je ziet de bereidheid om ermee akkoord te gaan zo afnemen. Tieners geven bijvoorbeeld aan dat ze het delen van ruimte op zich een goed idee vinden, maar aarzelen wanneer dit betrekking heeft op hun eigen woning of leefomgeving. Hetzelfde geldt voor compact wonen: tieners begrijpen de maatschappelijke noodzaak om dichter en meer gestapeld te wonen, maar zien het zelf nauwelijks zitten om in een appartement of compacte woning te leven. Vraag je hen om hun ideale woning en woonomgeving te verbeelden, dan zie je een duidelijke voorkeur voor vrijstaand wonen met een sterke nadruk op rust, privacy en een eigen buitenruimte. Deze woonwensen zullen ze zelden rationeel onderbouwen; ze voelen ze eerder aan door ervaringen (bv. vanuit de eigen woonsituatie), beelden en sociale normen. De ‘ideale woning’ en ‘ideale woonbuurt’ blijken geen neutrale keuzes te zijn, maar referenties die diep sociaal-cultureel zijn ingebed.

Resultaat van ontwerp ‘ideale woonbuurt’ waarbij de tieners verschillende principes van duurzaam ruimtegebruik hebben toegepast op hun woonwijk. Maar hun eigen woningen, de rode en blauwe blokjes, zijn vrijstaand en bevinden zich aan de rand van de woonbuurt. (Kind & Samenleving, 2023)

Spanningsveld als meerwaarde 

Toch kan dit spanningsveld tussen ‘wat goed is voor de maatschappij’ en ‘wat ikzelf belangrijk vind’ bijzonder waardevol zijn op educatief vlak. Het maakt zichtbaar dat ruimtelijke keuzes nooit losstaan van bredere maatschappelijke gevolgen, en dat individuele woonwensen niet altijd in lijn liggen met collectieve uitdagingen zoals beperken van het ruimtebeslag, inzetten op duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie. Net door deze spanning expliciet te maken, ontstaat er ruimte voor reflectie en dialoog. Het daagt tieners uit om verder te kijken dan hun intuïtieve voorkeuren en om stil te staan bij de implicaties van hun keuzes.

Deze vaststelling toont ook dat kennisoverdracht alleen niet voldoende is om gedrag te veranderen. Het volstaat niet dat tieners begrijpen waarom verdichting of gedeeld ruimtegebruik wenselijk is; ze moeten ook de kans krijgen om hun eigen waarden en aannames in vraag te stellen. Thema’s zoals privacy, autonomie en comfort spelen hierin een centrale rol en verdienen expliciete aandacht in inspraak, onderzoek en ruimte-educatie met tieners. Het zijn thema’s die tieners zelf belangrijk vinden en die juist daarom heel geschikt zijn om tieners te laten onderzoeken waar spanningen zitten en welke compromissen mogelijk zijn.

In die zin ligt de kracht van ruimte-educatie niet enkel in het informeren, maar evengoed in het faciliteren van reflectie. Ze creëert een leeromgeving die tieners uitdaagt om om te gaan met spanningen, onzekerheden en tegenstrijdige belangen.

Onbekend maakt onbemind 

Trajecten met tieners tonen dat tieners doorgaans een weinig genuanceerd beeld hebben van wonen. Wanneer ze echter kennismaken met concrete voorbeelden en variaties binnen woonvormen, zien we dat hun beeld geleidelijk verandert. Vooral bij het thema gemeenschappelijk wonen is deze verschuiving duidelijk zichtbaar. Waar tieners aanvankelijk uitgaan van een alles-of-nietslogica, groeit gaandeweg het inzicht dat er verschillende gradaties bestaan in het delen van ruimte.

Ze ontdekken dat gemeenschappelijk wonen niet noodzakelijk betekent dat je alle functies of ruimten moet delen, maar dat er ook tussenvormen mogelijk zijn waarbij je enkel bepaalde ruimtes of voorzieningen collectief gebruikt. Deze nuancering zorgt ervoor dat de aanvankelijke weerstand bij sommige tieners plaatsmaakt voor een voorzichtige openheid.

Dit proces illustreert hoe belangrijk het is om in ruimte-educatie niet enkel kennis over te dragen, maar ook actief te werken aan verbeelding. Pas wanneer tieners zich alternatieve woonvormen concreet kunnen voorstellen, worden deze ook denkbaar en bespreekbaar, én ontstaat er ruimte voor doordachte en creatieve ideeën.

Leren via ervaring: de kracht van actieve methodieken 

Een belangrijke les uit Ruimtehelden is dat tieners abstracte ruimtelijke principes pas écht begrijpen wanneer ze er actief mee aan de slag gaan. Begrippen zoals verdichting, functiemenging of klimaatadaptatie blijven voor veel tieners vaag wanneer ze enkel theoretisch worden aangereikt. Pas wanneer tieners deze concepten zelf moeten toepassen in een concrete opdracht, krijgen ze er daadwerkelijk vat op.

Actieve en creatieve methodieken zoals het ontwerpen van een woonbuurt met blokjes, het toepassen van ‘ruimtetactieken’ of het klimaatbestendig maken van een bepaalde plek, zetten tieners aan tot handelen. In plaats van een passieve rol als luisteraar, nemen ze een actieve rol op als onderzoeker, ontwerper en beslisser. Ze experimenteren met verschillende ruimtelijke ingrepen en principes, onderhandelen met leeftijdsgenoten over keuzes en worden geconfronteerd met de gevolgen van hun beslissingen.

Tieners aan de slag met de methodiek ‘Water- en temperatuurproef’. (Kind & Samenleving, 2026). Rechts kaartjes met ruimtetactieken, die principes van duurzaam ruimtegebruik concreet vertalen.

Tieners maken met behulp van de ‘Onthardingspictoplay’ een ontwerp voor een klimaatbestendige schoolomgeving. (Kind & Samenleving, 2026) 

Tijdens deze processen zien we dat inzichten geleidelijk ontstaan. Tieners ontdekken bijvoorbeeld zelf dat het bundelen van woningen meer open ruimte vrijmaakt én dat dit de kostprijs van nutsvoorzieningen verlaagt, zonder dat dit expliciet als opdracht wordt voorgeschreven. In oefeningen rond ontharding ervaren ze dan weer aan den lijve hoe de ondergrond een invloed heeft op waterinfiltratie en overstromingsrisico’s. Daarnaast groeit het besef dat ruimtegebruik altijd gepaard gaat met keuzes en compromissen.

Tieners berekenen de kostprijs van de waterleidingen in hun woonbuurt en krijgen op die manier inzicht in de maatschappelijk kostprijs van hun ruimtelijke keuzes. (Kind & Samenleving, 2026) 

Tieners als co-ontwerpers   

De ervaringen met Ruimtehelden tonen aan dat tieners zich niet alleen bewust zijn van het belang van duurzaam ruimtegebruik. Ze kunnen ook waardevolle inzichten aanreiken voor ruimtelijke vraagstukken en creatieve oplossingen bedenken voor duurzame ruimtelijke ontwikkelingen. Ze hebben vaak een scherp zicht op hoe plekken effectief gebruikt worden en kunnen noden benoemen die voor volwassenen minder zichtbaar zijn. Tieners denken minder vanuit bestaande structuren, kaders en rollen, en durven alternatieve oplossingen voorstellen. Ze benaderen de ruimte op een integrale manier en ontwerpen met een sterk empathisch vermogen. Dit maakt hen tot interessante en relevante gesprekspartners binnen participatieprocessen rond duurzaam ruimtegebruik.

Een belangrijk aandachtspunt bij tienerparticipatie is dan wel om zoveel mogelijk te vetrekken vanuit hun eigen leefwereld. Wanneer tieners werken rond concrete projecten in hun eigen leefomgeving, stijgt hun betrokkenheid aanzienlijk. De abstracte thematiek van ruimtegebruik krijgt plots een tastbare invulling, omdat het gaat over plekken die ze kennen en gebruiken. Tieners herkennen situaties, brengen eigen ervaringen in en voelen zich meer aangesproken om actief deel te nemen. Dit vertaalt zich in een hogere motivatie, maar ook in rijkere en meer doordachte ontwerpen. Discussies worden genuanceerder, omdat tieners verschillende perspectieven inbrengen die voortkomen uit hun dagelijkse leefwereld. Deze vaststelling onderstreept het potentieel van tiener- en jongerenparticipatie in ruimtelijke planning. Door tieners actief te betrekken, ontstaat niet alleen meer draagvlak, maar ook een rijkere input voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Tieners stellen hun ontwerp voor een nieuwe duurzame woonbuurt voor. (Kind & Samenleving, 2023) 

Belang van context en begeleiding 

Een belangrijke uitdaging binnen ruimte-educatie en -participatie is het vinden van een evenwicht tussen het geven van vrijheid en het bieden van richting. Leerlingen moeten de ruimte krijgen om hun eigen ideeën te ontwikkelen en te verkennen, maar hebben tegelijk nood aan begeleiding en kennis om tot meer diepgaande inzichten te komen. Wanneer je te sterk stuurt, bestaat het risico dat tieners afhaken of het gevoel krijgen dat er een ‘juist antwoord’ verwacht wordt, zeker in een klascontext. Dit kan er net voor zorgen dat hun ideeën minder creatief zijn en minder vanuit zichzelf ontstaan. Omgekeerd kan een gebrek aan sturing en kennis leiden tot oppervlakkige of weinig onderbouwde conclusies.

Specifiek uit de klaspraktijk leren we dat methodieken nooit op zichzelf staan, maar altijd ingebed moeten worden in een breder inhoudelijk kader. Zonder deze contextualisering bestaat het risico dat tieners verkeerde of onvolledige conclusies trekken. De rol van de leerkracht of begeleider is in dit proces cruciaal. Hij of zij fungeert als moderator van het gesprek, vertaalt abstracte concepten naar begrijpbare taal en begeleidt tieners in hun denkproces. Door gerichte vragen te stellen en verschillende perspectieven aan te reiken, help je tieners zo om hun inzichten te verdiepen en te verbreden.


Je komt alles te weten over Ruimtehelden, de toolbox en hoe je hem in de klas of bij ruimtelijk ontwerp kan inzetten op https://www.ruimtehelden.be/. Contacteer Andreas via ademesmaeker@k-s.be

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ontdek meer van Kind & Samenleving Magazine

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder