De speelplaats in beweging

Hoe gebruiken kinderen met verschillende beperkingen speelplaatsen? En wat vertelt hun beweging ons over de kwaliteit van die speelplekken? Voor mijn bachelorproef dook ik enkele dagen met hen in het buitengewoon onderwijs. Daar heb ik kinderen geobserveerd tijdens het spelen, met als doel hun ruimtegebruik in kaart te brengen.  

  

Door Antje Fermont   

  

Van buitenstaander naar vertrouwd gezicht  

Ik kwam niet op de speelplaats aan als onzichtbare toeschouwer, maar als persoon met een stapel papieren en een tas vol kleine GPS-toestelletjes. Voor de meeste kinderen was ik al snel “die mevrouw die komt kijken”. Sommigen hadden totaal geen aandacht voor mij en doken meteen in hun spel. Anderen bleven eerst wat op afstand hangen of kwamen heel direct vragen wat ik precies aan het doen was. “Wat doe je hier?” en “waarom doe jij dat eigenlijk?” Dat soort momenten maakte meteen duidelijk hoe zichtbaar je bent tijdens het observeren.  

Na een paar observatiemomenten veranderde die dynamiek. De kinderen herkenden mij, zwaaiden bij aankomst op de speelplaats en kwamen soms gewoon even babbelen. Het ging niet meer alleen over waarom ik daar was, maar werd ook persoonlijker met vragen als “juf, mag ik jouw TikTok?”. Die vertrouwdheid maakte het observeren makkelijker, maar ook complexer. Je wordt langzaam onderdeel van de context die je observeert.   

Die nabijheid ging soms nog verder. Terwijl ik aan het noteren was, kwamen kinderen vragen: “juf, doe mijn jas eens dicht alsjeblieft” of “kan je mijn veters knopen?”. Kleine, bijna banale momenten, maar ze tonen hoe snel je rol verschuift van observator naar iemand die er voor de kinderen gewoon bij hoort.  

   

Spelen zichtbaar maken met GPS  

Om dat ruimtegebruik ook tastbaar te maken, heb ik gewerkt met GPS-tracking. Een aantal kinderen kreeg tijdens de speeltijd een klein toestelletje mee dat hun bewegingen registreerde. Dat gebeurde heel laagdrempelig. Ik legde uit dat het een soort “bakje” is dat toont waar ze spelen, en dat ze gewoon moeten spelen zoals gewoonlijk.  

De meeste kinderen vergaten het toestel snel. Sommigen waren nieuwsgierig en vroegen bijvoorbeeld of ik kon zien waar ze waren; maar nadat ze een antwoord hadden, gingen ze verder spelen. Net dat was belangrijk: het spel mocht zo weinig mogelijk beïnvloed worden.  

Na afloop werden de gegevens omgezet in heatmaps. Die tonen heel visueel waar kinderen zich het meest begeven op de speelplaats en welke zones ze amper gebruiken.  

Enkele veelgebruikte zones.

  

Wat de kaarten tonen  

De verschillen tussen speelplaatsen werden meteen duidelijk. De groene speelplaats toont een veel meer verspreid ruimtegebruik. De kinderen bewegen er vrij en gebruiken een groot deel van de ruimte. Op de meer klassieke speelplaatsen is het gebruik veel geconcentreerder, vaak rond vaste speelelementen zoals speeltoestellen of sportveldjes.  

Toch vertellen die data niet het volledige verhaal. Soms lijkt een kind bijna niet te bewegen op de gps-data, terwijl er in werkelijkheid veel gebeurt op één plek. Een rustig hoekje kan net een vaste plek zijn om te praten of te spelen. Dat zie je niet in lijnen of kleuren, maar wel wanneer je er naast staat. 

  

Wat de speelplaats echt laat zien  

Ook de zones die nauwelijks gebruikt werden, vertelden veel. Het ging vooral om zones zonder duidelijke spelaanleidingen. Dat maakt zichtbaar hoe sterk speelelementen het gebruik van een speelplaats sturen en concentreren.  

Tijdens mijn dagen op de school werd dat ook in de praktijk duidelijk. Door echt tussen de kinderen te staan en hun spel van dichtbij te volgen, merkte ik hoe snel je als buitenstaander patronen begint op te pikken. Sommige plekken werden automatisch opgezocht, andere werden consequent gemeden.   

De combinatie met de GPS-heatmaps maakte dat beeld achteraf nog concreter. Wat ik op de speelplaats zag, kreeg in de data bevestiging. De kaarten lieten toe om speelplaatsen met elkaar te vergelijken en maakten verschillen in ruimtegebruik veel explicieter.  

Dit onderzoek maakt vooral duidelijk dat een speelplaats niet als één uniforme ruimte werkt: het is een verzameling kleinere plekken die elk een andere rol spelen in het spel van kinderen. Sommige zones trekken spel sterk naar zich toe, terwijl andere bijna vanzelf op de achtergrond blijven.  

Daarbij komen de rijkste gegevens uit de combinatie van aanwezig zijn op de school en het effectief volgen van kinderen in hun dagelijkse spel. Door te observeren, te praten en mee te bewegen in hun speelomgeving, krijg je een beeld dat je niet uit data alleen kan halen. De heatmaps versterken dat, maar het vertrekpunt blijft wat er op de speelplaats zelf gebeurt: kinderen die hun eigen weg en spel zoeken in de ruimte die hen wordt gegeven.  


Antje Fermont loopt stage bij Kind & Samenleving in het kader van haar opleiding Built Environment (Howest). Het onderzoek kadert in haar bachelorproef.  

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ontdek meer van Kind & Samenleving Magazine

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder