Steeds vaker betrekken steden en gemeenten kinderen bij de ontwikkeling van hun speelruimte(beleid). Voor het beleid over klimaat, wonen of mobiliteit is dat nog veel minder vanzelfsprekend. Dat is jammer, want deze thema’s zijn evenzeer verbonden met hun leefwereld. En de blik van kinderen op deze ‘complexe’ thematieken is vaak net heel verfrissend en waardevol.
Door Andreas De Mesmaeker
Een ‘vergeten’ doelgroep
Mobiliteit, klimaatadaptatie, duurzaam ruimtegebruik, inclusiviteit… Het zijn allemaal actuele, vaak complexe en veelomvattende thema’s die ook onderling met elkaar verbonden zijn. Hoe maken we onze (woon)omgevingen verkeersveiliger en leefbaarder? Wat kunnen of moeten we doen om onze leefomgeving weerbaar te maken voor de klimaatverandering? Hoe maken we werk van inclusieve publieke ruimten waar verschillende gebruikers zich welkom voelen? Het zijn vragen waar beleidsmakers en experten allerhande dagelijks een antwoord op trachten te formuleren. Maar zelden gebeurt dit al met de inbreng van kinderen en jongeren. ‘Te moeilijk’, hoor je volwassenen dan zeggen. Inspraak van kinderen en jongeren wordt vaak zelfs niet eens overwogen. Zij worden dan gewoonweg ‘vergeten’. Dit is op z’n minst vreemd te noemen: uitgerekend deze thema’s hebben een belangrijke impact op de (nabije) toekomst en op de leefomgeving van kinderen en jongeren.
Een plek voor bijtjes, kinderen en ouderen
Toch zijn kinderen en jongeren heel goed in staat om over thema’s zoals mobiliteit, klimaat en wonen na te denken. Sterker nog, ze bedenken vaak oplossingen die niet alleen creatief zijn, maar ook nog eens verschillende uitdagingen tegelijk aanpakken met oog voor duurzaam, multifunctioneel ruimtegebruik.
Wanneer we kinderen bevragen over wat ‘kwalitatieve’ publieke ruimte en mobiliteit nu juist voor hen betekent, dan zien we steevast dat ze linken maken met klimaat, natuur, en verschillende doelgroepen of gebruikers van de ruimte. Dat doen ze bovendien spontaan, zonder dat ze hiervoor expliciet de opdracht voor kregen. Een leefbare publieke ruimte is voor kinderen bijna altijd een autovrije of autoluwe groenruimte met heel wat plek voor natuur én voor verschillende doelgroepen zoals jonge kinderen, ouderen, en andere gebruikers. Het is een sociale plek waar je kan spelen en bewegen, maar ook tot rust kan komen en elkaar kan ontmoeten.
“In het parkje kan je kampen bouwen, voetballen en met water spelen. Iedereen is hier welkom.” (Inspraaksessie Ruimtehelden, 2023)


Kinderen denken spontaan na over de noden en behoeften van andere gebruikers van de ruimte. Ze vertegenwoordigen geen groep of komen niet op voor een (al dan niet verborgen) agenda. We zein heel vaak hoe ze hun eigen belangen vanzelf overstijgen. Kinderen zijn échte voorstanders van inclusieve publieke ruimte.
“Variatie [qua woningen]. Dat is makkelijk voor mensen die bijvoorbeeld geen huis kunnen betalen. Dat ze een appartementje kunnen huren. Of oude mensen die alleen willen wonen in een appartementje.” (Inspraaksessie Ruimtehelden, 2023)
“We hebben ook hier een bloemenweide voor de kleine kindjes zodat ze daarin kunnen spelen, en daarnaast een zitblok voor ouders die daar dan op hun kinderen kunnen letten.” (Inspraaksessie Gooik, 2023)
Die empathie trekken kinderen ook door naar de bredere omgeving. Ze komen niet enkel op voor de sociaalruimtelijke behoeften van mensen, maar ook voor de noden van fauna en flora. In de ontwerpen van kinderen voor publieke (speel)ruimte, neemt natuur dan ook steevast een prominente plek in.

Kinderen voorzien vaak een publieke, autoluwe groenruimte in hun ontwerp die ze bewust centraal inplannen.
“Plekjes voor bijen, kinderen en ouderen, zo heeft iedereen een plekje.” (Inspraaksessie Gooik, 2023)
Kinderen maken daarbij geen scherpe (ruimtelijke) opdeling tussen mens en natuur. Voor kinderen kunnen beide perfect in harmonie bestaan op dezelfde plek of binnen eenzelfde omgeving. Die verbinding tussen mens en natuur is voor kinderen haast vanzelfsprekend. In een publiek parkje kan er ruimte zijn voor spel en ontmoeting, maar zijn er daarnaast ook voldoende plekjes voor planten en dieren. Waar nodig moeten die laatste wel de nodige ruimte krijgen, zodat ze niet te veel ‘gestoord’ worden door mensen.
“We hebben het bijenhotel in de rustige plek gezet met de bloemen errond, want dan hebben de bijen voedsel en zijn ze niet gestoord door de kinderen.” (Inspraaksessie Gooik, 2023)


Kinderen denken in kansen
Naast hun holistische en empathische blik, bezitten kinderen ook het vermogen om vanuit kansen te denken. Ze redeneren niet in ‘problemen die moeten worden opgelost’ zoals volwassen doorgaans gewend zijn, maar bekijken de ruimte steeds vanuit opportuniteiten. Wanneer je met kinderen op stap gaat op een plek die ze goed kennen, dan halen ze vaak spontaan oplossingen aan om die plek te verbeteren of leuker te maken – zelfs wanneer wij, volwassenen, hen vragen om ons bepaalde ‘problemen’ of minder goede aspecten te tonen.
“De speeltuin is gemaakt van oude bomen, zo moet je die niet afkappen, maar kunnen die gebruikt worden om iets leuks mee te doen.” (Inspraaksessie Liedekerke, 2024)
Kinderen kijken met een open, brede blik naar de wereld en naar hun omgeving. Ze denken niet in problemen die moeten worden opgelost, maar benaderen de publieke ruimte vanuit kansen voor mens en voor natuur. Wanneer we open staan én actief luisteren naar wat kinderen te zeggen hebben, dan kunnen ook wij als volwassenen heel wat van hen leren.



