In 2024 gingen we in vier projecten aan de slag met kinderen met een beperking en hun speelkansen. Speelruimte is voor ons meer dan bekend terrein, maar het was de eerste keer dat we zo uitdrukkelijk werkten met kinderen met een beperking. Om hun leefwereld beter te begrijpen ga ik, ook los van onze vier projecten, bij een paar organisaties kijken die volop ervaring hebben met deze doelgroep. En zo bevind ik me op een middag op de speelplaats van De Oase, een school voor buitengewoon onderwijs in Gent.
Door Imme Crul
De Oase is een school voor buitengewoon onderwijs van uiteenlopende types: er zijn kinderen met een verstandelijke beperking, met een auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis, met een emotionele- of gedragsstoornis en met autismespectrumstoornis. Voor al deze types is er zowel kleuter- als lager onderwijsaanbod. Op de speelplaats van De Oase spelen dan ook kinderen met erg uiteenlopende behoeften en kenmerken. De enorme diversiteit die schuilgaat onder de noemer ‘kinderen met een beperking’ is meteen ook een van de grootste uitdagingen in de inspraaktrajecten die we met hen deden, en dat geldt ook voor de speelplaats van De Oase: speelkansen bieden aan alle kinderen, én tegelijk de contrasterende noden zo goed mogelijk verenigen.

De school heeft één speelplaats, opgedeeld in twee delen, en er zijn twee speeltijd-shiften. De speelplaats kan dan nog zo aangepast zijn, voor sommige groepen is het beter om gescheiden te spelen, vertellen de begeleiders. Kinderen van eenzelfde ontwikkelingsleeftijd en met gelijkaardige noden spelen bij elkaar, binnen een aangepaste omgeving. Achteraan is de speelplaats afgesloten van de trage weg erachter, daar passeren af en toe studenten van de nabijgelegen Hogeschool.
Ik loop de speelplaats op, vlak nadat de eerste speeltijdshift begonnen is. Er lopen een achttal begeleiders rond op de speelplaats. In eerste instantie zie ik vooral gewoon spelende kinderen. Pas als ik goed kijk, merk ik op dat het spel van sommige kinderen toch wat anders is. Een meisje krijt ijverig een tegel vol: 1, 2, 3, 4, 5… Ze is al aan 20. Drie kinderen verstoppen zich in een kast op de kleine speelzone. Een paar kinderen blijven in de buurt van de picknickbanken. Een begeleider geeft aan dat sommige kinderen niet echt aan spelen toe komen.

Rond de schommels op de grote speelplaats staat een houten wand. Een van de begeleiders op de speelplaats vertelt dat die er staat voor de veiligheid. Aan één kant van de schommels kunnen de kinderen aanschuiven, als bij een kermisattractie. Aan de andere kant is een uitgang, en zo worden botsingen maximaal vermeden.

Er is op de speelplaats van De Oase ook altijd een georganiseerd spel, begeleid door één van de toezichthouders. Dat leert kinderen, bijvoorbeeld kinderen met autisme, om samen te spelen. In elke periode tussen twee vakanties door spelen de kinderen hetzelfde spel op een vaste dag. Vandaag is het vrijdag, en dus spelen ze tikkertje. Er is best wel wat enthousiasme, er zijn een stuk of acht kandidaten voor het georganiseerde spel. Daarnaast is er ook een groep die onder begeleiding voetbal speelt.
Een meisje komt naar mij toe en vraagt wat ik aan het doen ben. Ik antwoord en stel de vraag terug. Zij zoekt deze speeltijd mooie steentjes op de grond, vertelt ze; ze heeft er één in haar hand. Het is bruin, en glanst een beetje. Ze heeft er nog meer, graait een hele hand bruine steentjes uit haar jaszak. De bel gaat, de eerste speeltijd is afgelopen, ze neemt haar buit mee naar binnen.
Een nieuwe groep kinderen komt buiten spelen. Een deel van de kinderen gaat meteen in een rij staan voor het materiaalhok. Daar kunnen ze los spelmateriaal uitlenen: alles met wieltjes is het snelste uitgeleend. De kinderen schieten behendig in de skeelers en beginnen rondjes te rijden. Ze zijn er heel goed in. Je kan er ook een vuilnisprikker en een vuilbakje uitlenen, of een schuurborstel. Vuilnis verzamelen en schoonmaken is een soort ‘echt’ spelen. Kinderen met autisme, voor wie ‘alsof’ spelen soms moeilijker is, vinden in dat ‘echte’ spel vaak een houvast. En het levert een propere speelplaats op.


De ‘weglopers’ worden extra in de gaten gehouden. Ik laat mij vertellen dat er weleens kinderen proberen weglopen. Wie de schoolomgeving kent, begrijpt dat je een kind met een wegloopproblematiek scherp in het oog houdt. Eén van die ‘weglopers’ bewijst zichzelf deze speeltijd: de jongen, ik schat hem vijf jaar, glipt meermaals tussen het hek van de zone met de zandbak die in de winter afgesloten is. Hij klimt er zelfs een paar keer over. De twee toezichters hebben hem goed in het oog, ze laten hem een beetje doen, het is een kwestie van choose your battles: de verboden zandbak-zone is een stuk minder erg dan buiten de speelplaats.

Voor sommige kinderen lukt het niet om de speelplaats te delen, dan moet er nagedacht worden over alternatieve en innovatieve oplossingen. Dat blijft een zoektocht, met uitproberen, ondervinden, nadenken en evalueren. De begeleiders benadrukken: de veiligheid van de leerlingen primeert hierbij wel op het speelplezier. Elke leerling moet veilig kunnen spelen op de speelplaats. Ook een gemotiveerd team, zoals op De Oase, is zoekend binnen de beperkte mogelijkheden.
Dat team houdt zich heel bewust bezig met het speelplezier van de kinderen en de speelruimte die daaraan kan bijdragen. Deze speelplaats mag dan een beetje verschillen van een speelplaats in het reguliere basisonderwijs, ik zie vooral: ook in het buitengewoon onderwijs willen kinderen gewoon spelen.



