Het gras is altijd groener aan de overkant. Of zo luidt toch het gezegde. Op 3 en 4 oktober vond de tweedaagse uitwisselingsreis ‘PLAYces’ plaats in Nederland en België tussen (speel)ruimtemakers uit beide landen. In een grote schoolbus bezochten we verschillende plaatsen in België en Nederland en lieten we elkaar vooral inspireren.
Door Sabine Miedema en Wouter Vanderstede
Speelweefselexpertise in België
Tijdens de eerste twee dagen bezocht PLAYces plekken in Brussel en Vlaanderen. De organisatoren kozen er bewust voor om ook een kleinere gemeente te bezoeken, en zo kwam de internationale karavaan in Lille terecht.
De Gemeente Lille liet in 2021 door Kind & Samenleving een speelweefselplan opmaken voor alle deelgemeenten. Hierna kon er sterk geïnvesteerd worden in groene, avontuurlijke speelruimte. Na grondige analyse en afwegingen koos de gemeente ervoor om vooral in grotere, centrale publieke groenruimtes van de deelgemeentes te investeren.
In het kasteelpark Hof d’Intere bijvoorbeeld, dat naast de kerktoren van Wechelderzande ligt, en dat heel wat landschappelijke potenties in zich droeg voor een meer speelse uitbouw. De slotgracht werd mee ingezet voor een uitdagend speelparcours.


In Gierle is voor een locatie gekozen in de buurt van de lokalen van de meisjeschiro. Die liggen strikt genomen eerder aan de rand van het dorp. Maar de nabijheid van het sport- en vrijetijdscentrum, de opvang en de school (met vergroende speelplaats) zorgt ervoor dat dit voor het dorp toch als een centrale locatie aanvoelt. Ook hier is een rijk avontuurlijk speellandschap gecreëerd, met open zones (voor het jeugdwerk), een buurtskateterrein, avontuurlijke zones met water, heuvels en een speelbos. In het speelbos hebben studenten van de Hogeschool Thomas More een klim- en uitkijktoren ontworpen. En de Chiro stak zelf de handen uit de mouwen om het bos te vergroten met 700 inheemse bomen.



De Nederlandse delegatie beaamde: door een gedragen toekomstvisie te ontwikkelen voor speelruimte en bruggen te bouwen naar andere beleidsdomeinen, kan je grotere projecten realiseren en sneller subsidies of extra mankracht binnenhalen.
Inclusieve speelkansen: van groot plan tot kleine details
Kind & Samenleving onderzoekt dit jaar hoe we kinderen met een beperking meer speelkansen kunnen geven in de publieke (speel)ruimte. Heel wat van de kennis en inspiratie halen we uit Nederland, bijvoorbeeld bij ontwerpster Suzanne van Ginneken. Tijdens de uitwisselingsreis PLAYces bezochten we de Samenspeelplek De Wezemaal in Halderberge, een plek waar kinderen met en zonder beperking avontuurlijk kunnen spelen. De inclusieve speelkansen zitten vervat in het geheel, van het landschapsontwerp tot de speelelementen én de kleine details.
Zo kent het speellandschap een duidelijke indeling: een grote open zone met zeer avontuurlijke speelelementen en een afgesloten ruimte met kleinere speelelementen en kansen op sensorisch spel. Om het speelterrein te bereiken kun je een gewoon pad nemen of een golvend pad. Spannend en leuk in een rolstoel of met een stepje!
Bepaalde speelelementen zijn rolstoeltoegankelijk zoals de waterfontein met waterbak op zithoogte. De zandbak is met een trapje of via een zachte helling bereikbaar. Ook de picknickbank is zo gemaakt dat je er gemakkelijk met je rolstoel kan bij zitten. De wilgenhut is dan weer breed genoeg en zorgt voor een geborgen plek om je even te kunnen terugtrekken.



Naast de grotere elementen zijn er ook tal van kleine aanpassingen te vinden die het voor kinderen met een beperking makkelijker maken om deel te kunnen nemen aan het spel. Het afgesloten gedeelte is toegankelijk via een poortje dat je met een lang touw kan opentrekken. Zo kunnen ook kinderen in een rolstoel de plek betreden. Bij de trappen zijn er leuningen voorzien waaraan je je kan vasthouden en aan kan optrekken. En bij de speelelementen zijn paaltjes gezet waar je aan vast kunt houden om makkelijker je evenwicht te kunnen bewaren. Aan inspirerende voorbeelden geen gebrek op deze inclusieve speelplek!



Burgers als hoeders van speelkansen
Wat in vele speelruimteprojecten in Nederland opviel, is het grote engagement van buurtbewoners. Soms omdat er simpelweg kansen liggen: er is bijvoorbeeld een pleintje dat niet gebruikt wordt. Soms omdat er speelkansen dreigen te verdwijnen, bijvoorbeeld wanneer er geen budget is om het speelterrein te onderhouden. Maar soms ook omdat het beleid bewoners actief uitdaagt om mee te denken bij de ontwikkeling van speelruimte. De bewoners zorgen dan niet alleen voor ideeën, maar creëren ook gedragenheid en nemen zelfs het uiteindelijke onderhoud van het terrein op zich. De gemeente zorgt van haar kant dan voor de financiële bijdrage om het speelterrein te ontwikkelen.
Een voorbeeld van een project dat op die manier tot stand is gekomen is de natuurspeeltuin in Oud-Gastel. Dit kleine, groene speelplekje dreigde te verdwijnen door bezuinigingen van de gemeente. Als antwoord hierop organiseerden bewoners zich en stelden ze aan de gemeente voor om de plek zelf heraan te leggen en te onderhouden. Het resultaat was een natuurspeeltuin met een evolutief karakter waarvan het eigenaarschap bij de bewoners ligt. Er kan volop geëxperimenteerd worden, bewoners kunnen er zelf speel- en groenelementen voorzien, en de speelelementen kunnen aangepast worden aan de (veranderende) leeftijden, noden en wensen van de kinderen in de wijk. Dankzij het aspect van eigenaarschap voelen buurtbewoners zich sterk betrokken bij ‘hun’ speelterrein, waardoor ze niet terugdeinzen voor het onderhoud en er graag een oogje in het zeil houden. Een win-win voor beleid én buurt!





