Een duik in ons archief brengt ons bij stoffige enveloppes met foto’s van ons eerste buitenspeelonderzoek, anno 1983. Omdat we dit jaar een nieuw buitenspeelonderzoek houden, bekeken we ze met extra belangstelling. Foto’s van straten, parken en pleinen, maar nu en dan ook een blik op spel dat achteloos lijkt rond te slingeren op straat.
Door Johan Meire
Dit jaar bestaat Kind & Samenleving – of althans de voorloper ervan, de NDO – 50 jaar. Dat vieren we met een belevingsdag op 22 mei. Ter gelegenheid van die verjaardag duiken we nu en dan in ons archief. Daaruit leren we hoe snel onze organisatie al bezig was met spelen in de publieke ruimte. De NDO was actief in het ondersteunen van speelpleinwerkingen, maar was tegelijk ook een actieve pleitbezorger van het spelen in de publieke ruimte, en van het kindvriendelijk inrichten van straten en pleinen om dat spelen in de buurt te ondersteunen. Al in 1983 was er een eerste grote Buitenspeelonderzoek, dat heel uitdrukkelijk inging op de relatie tussen spelen en ruimtelijke planning. Een link die 40 jaar later niets aan belang heeft ingeboet.
Fietsen is fietsen
De archieffoto’s van dat buitenspeelonderzoek tonen vooral hoe de wijken eruit zagen. Maar de onderzoekers fotografeerden ook spelende kinderen. En dan staan er vaak ook fietsen op. Dat lijken de natuurlijke attributen van kinderen die in hun buurt gaan spelen. Ze doen truukjes op het plein in de stad, of hangen rond in de winkelstraat, babbelend terwijl ze op hun fiets zitten. Ze zijn gaan neerzitten in het park om wat te babbelen, en hun fietsen liggen naast hen.



Er zitten niet altijd kinderen op de fietsen: die slingeren gewoon rond op straat of op de stoep. Ze signaleren dat er kinderen in de buurt zijn. Ze lijken soms achteloos achtergelaten omdat ze niet nodig waren voor het spel of het gesprek om de hoek. Een groepje kinderen rent weg – is iemand aan het aftellen voor tikkertje of verstoppertje – en een groepje fietsjes blijft achter op het trottoir.


De straat als vanzelfsprekende speelruimte
Ze tonen zo ook hoe vanzelfsprekend de straat was om op te spelen. Dat er ook auto’s rijden of geparkeerd staan, lijkt niet zo’n gigantisch beletsel. Bij een groepje tennissende kinderen staan de geparkeerde auto’s vervaarlijk dichtbij; ze kunnen ook handig zijn om je achter te verstoppen.


Dat spel op straat gebeurde niet alleen in de nieuwere verkavelingen waar er minder auto’s waren, zoals bij de tennissende kinderen. In ons buitenspeelonderzoek van 2008 stelden we vast dat het spel op straat in de Antwerpse Seefhoek zich vooral concentreerde op de minder drukke straten zonder verbindingsfunctie, maar in 1983 leek er in diezelfde wijk nog geen onderscheid te zijn tussen de drukke en minder drukke straten.


Toch zien we in 1983 al hoe straten in de stad autoluw worden gemaakt, zoals in de Sint-Andrieswijk in Antwerpen.

Straat, stoep, dorpel
De straat, dat is ook de stoep en de voordeur of het raam. In 2019 zagen we hoe kinderen in sommige wijken vaak heel dicht bij huis speelden: in het portiek van het eigen huis, of op het stukje stoep vlakbij. Dat zie je ook in de foto’s uit de Seefhoek van veertig jaar geleden.


Wellicht zien we dat straks opnieuw wanneer we door dezelfde wijk wandelen. Dit jaar houden we in opdracht van de Overheid opnieuw een Buitenspeelonderzoek, na de edities van 1983, 2008 en 2019. In 20 heel uiteenlopende wijken gaan we spelende kinderen observeren en zo nog beter in kaart brengen hoe het gesteld is met het buitenspelen in Vlaanderen en welke rol de buurt daarin speelt.


Vier 50 jaar Kind & Samenleving met ons mee op woensdagnamiddag 22 mei! Met taart, een nieuwe tool, miniworkshops en veel meer! Alle info vindt u hier.



