Lokaal spelen

De straat en de woonbuurt waarin je als kind speelt, is een tussenzone en een overgangszone. De buurt, dat ligt ergens tussen het private en het publieke in. Dat maakt de buurt zo belangrijk voor kinderen, en geeft haar ook een signaalfunctie. De buurt is waar kinderen gaan spelen en waar alles wat goed of fout loopt met buitenspelen zich ook manifesteert. Het is geen toeval dat we ons op onze inspiratiedag Red het buitenspelen juist op die buurt richtten  

Door Johan Meire 

Een aparte lokale sfeer 

Die buurt is voor kinderen een soort aparte ‘lokale sfeer’, tussen de private sfeer van thuis en de volle publieke omgeving. Die aparte lokale sfeer is vertrouwder dan de volle publieke ruimte die daar nog rond zit, maar wel vertrouwd en dichtbij genoeg als basis om de vrijheid te nemen om weer dat stapje verder op verkenning te gaan. Die vrijheid nemen is eigen aan spel. Spelen is de belangrijkste manier waarop die ruimte waar kinderen zich thuis voelen, zich uitbreidt. De tussenruimte tussen privaat en publiek verandert; een steeds groter stuk ‘buurt’ wordt vertrouwd. Buitenspelen maakt je deel van de samenleving. 

Die stappen zetten gaat niet zomaar vanzelf. Toen we enkele jaren geleden een poster maakten over de waarde van buitenspelen, hadden we het niet toevallig over de uitdagingen van de buitenspeelheld. Spelen, dat lijkt allemaal plezier, maar buiten gaan spelen vereist toch wel een zekere heldenmoed.  

Over moed en moeite 

Buiten spelen vraagt moed van kinderen: het vraagt wel wat van hen. De deur uitgaan is een buitenwereld ingaan met ook alle weerstand die daar ook in zit. Niet alles loopt op rolletjes, en ook al is het maar een spel, je riskeert wel degelijk om echt vuil of nat te worden, een blauwe plek op te lopen, schrik te krijgen van de grote hond en op je donder te krijgen van de boze buurman. De wereld veroveren gebeurt met overwinningen en met kleerscheuren.  

Het vraagt moed van kinderen om de straat op te gaan, en het vraagt ook moeite. Ook als volwassenen weten we het maar al te goed: het is zoveel makkelijker om binnen te blijven hangen met een scherm in de buurt of in de hand. Dat gaat wél vanzelf. Kinderen kunnen soms wel een zetje gebruiken.  

Datzelfde geldt voor ouders, die soms bewust moeite moeten doen om hun kinderen dat zetje te geven of om zelf eens mee buiten te gaan – én ook moed, om je kind los te laten lopen, uit het zicht zelfs.  

Die moed en die moeite is ook van tel bij al wie het recht op spelen hoort te helpen garanderen. Want we zitten wel in zwaar weer. De lokale sfeer is de publieke ruimte waar je je bij betrokken voelt, waar je betekenis in vindt, die er voor jou toe doet, waar je zorg voor draagt. Maar als kinderen steeds minder vaak buiten spelen en buiten zijn, in hoeverre is die buurt nog wel vertrouwd voor kinderen? Die lokale sfeer, is die er wel nog?  

En in hoeverre bekommeren we ons als maatschappij om die lokaliteit en die vertrouwdheid in de buurt? Die komt er niet zomaar, maar moet telkens opnieuw gerealiseerd worden. Welke inspanningen doen we daarvoor, in een context waarin individualisering en marktdenken lijken te overheersen, ook als het gaat over zorg of menselijke relaties? Hoe gaan we de verdunning van het publieke leven tegen?  

Hoewel buitenspelen die lokale sfeer nodig heeft, constitueert ze die ook zelf: een buurt waar kinderen spelen, is een buurt die leeft. Buitenspelen kan dus ook mee helpen om ‘de buurt’ weer op te bouwen, houvast te geven en het publieke karakter ervan te vergroten, bij kinderen en bij hun ouders.  

Een buurt om in buiten te spelen

Op onze inspiratiedag Red het buitenspelen gingen we op zoek naar hoe buitenspelen en de buurt of de lokale sfeer met elkaar verbonden zijn. We gingen in op thema’s die mogelijke redenen zijn voor de achteruitgang van het buitenspelen, maar die tegelijk ook oplossingen in zich dragen vanuit de buurt. Ze zijn ook de kern van de andere artikels in dit Magazine.

  1. Buurtsport en het laagdrempelig organiseren van vrije tijd in de buurt. Kinderen bewegen steeds minder, maar beweegvriendelijke buurten en een aanbod dat daarin past, geven kinderen echt soms letterlijk dat nodige zetje, helpen hen om elkaar te ontmoeten en te bewegen, zonder dat dat zo strikt moet als in een reguliere sportclub.  
  1. Buitenspelen staat vaak in een lastige verhouding met verkeerveiligheid en mobiliteit. Autonoom op weg kunnen, dát vraagt pas moed van kinderen en van hun ouders. Maar de inrichting van de publieke ruimte op mensenmaat kan daarbij ontzettend helpen – ook als vraagt dat van beleidsmakers al eens moed.  
  1. Buitenspelen in de buurt moet ook aantrekkelijk genoeg zijn. Dat vraagt om speelplekken die vrijplaatsen zijn voor kinderen: rijke speelplekken die zorgen voor uitdaging en afwisseling en waar kinderen het spelen zelf in handen hebben. 
  1. De buurt is ook een sociale speelruimte die belangrijke randvoorwaarden voor buitenspelen creëert. Je welkom voelen in een buurt waar voldoende samenhang bestaat buurtbewoners, en je er gewoon veilig voelen, helpt de buurt er als lokale sfeer voor buitenspelende kinderen enorm op vooruit.  
  1. Hoe een buurt er ruimtelijk uitziet, stuurt heel erg hoe er wordt gespeeld. De concrete fysieke voorzieningen bepalen mee welke speelkansen er worden voorzien, en zo ook wie je juist vooral aanspreekt in je publieke ruimte, en wie niet. Zo komen ook meteen beleidskeuzes aan de oppervlakte.   

Het begrip ‘lokale sfeer’ komt van Jeni Harden: Harden, J. (2000), There’s no place like home, Childhood 7(1): 43-59.

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ontdek meer van Kind & Samenleving Magazine

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder