Ieder kind heeft recht op spel en ontspanning, zo ook op buiten spelen. Voor kinderen met een beperking zijn er soms meer drempels te overwinnen om (buiten) te kunnen spelen. Speelkansen worden voornamelijk ingeperkt omdat speelterreinen vaak nog niet aangepast zijn aan de behoeften van bepaalde kinderen met een beperking. Samen met Skiver, een jeugdbeweging voor kinderen met een beperking in Menen, dachten we na over de inclusieve inrichting van het speelterrein aan hun lokaal. Het project in Menen is één van de vier trajecten binnen een breder project waarin we meer te weten proberen te komen over speelkansen voor kinderen met een beperking.
Door Imme Crul
De doelgroep ‘kinderen met een beperking’ is een uiterst brede doelgroep. Het kan gaan van een mentale tot een fysieke of meervoudige beperking, van een lichte tot een zware beperking. Die diversiteit maakt het uitdagend om met iedereen rekening te houden in het ontwerp van een speelterrein. Toch zijn die verschillende noden wel verzoenbaar, en kan een speelplek met een paar aanpassingen meer speelkansen bieden aan alle kinderen.
Op plaatsen zoals het terrein van Skiver is een aangepaste speelplek extra belangrijk. Zo ook in Menen, waar het speelterrein van Skiver opnieuw wordt aangelegd. De kinderen van Skiver lieten in een inspraaktraject hun wensen horen. Het project in Menen is één van de vier trajecten die lopen binnen ons bredere project ‘Speelkansen voor kinderen met een beperking’.

Geen one-size-fits-all aanpak
Participeren met kinderen met een beperking zorgt voor een extra uitdaging. Het project in Menen is het begin van een actieonderzoek naar wat de geschikte methodieken zijn om kinderen met een beperking meer aan het woord te laten.
Sommige kinderen met een mentale beperking kunnen zichzelf bijvoorbeeld moeilijker uitdrukken. Een manier om toch meer te weten te komen over de beleving van het spelen op een publiek speelterrein, is observeren. Daarom draaide de eerste van drie sessies in Menen om samen spelen, en om observeren. Hierdoor zien we dingen die een kind niet zelf kan benoemen, of dingen die het zelf niet meteen opmerkt. Naast het observeren is ook het samenspelen heel zinvol. Door samen met de kinderen te spelen ondervind je ook echt zelf wat de moeilijkheden en de leukigheden zijn. Tijdens dat observeren en samen spelen leerden we de kinderen ook kennen. Dat bouwt vertrouwen op voor de komende sessies.
Ieder kind beheerst andere vaardigheden, daarom is het niet altijd eenvoudig om een bepaalde methodiek te kiezen voor een hele groep. We merken dat we baat hebben bij een methodiek die aanpasbaar is, of bij een aanbod aan verschillende methodieken. Zo kan ieder kind zichzelf laten horen op hun eigen niveau en eigen manier. We merken dat het ook helpt om het over concrete en heel visuele dingen te hebben. Daarom kozen we bijvoorbeeld om met kinderen te spreken over foto’s van speelaanleidingen en te vragen naar hun bedenkingen daarbij. Zo komen er hele concrete wensen naar boven, waarmee een ontwerper echt aan de slag kan.
In een grote groep werkt observeren goed, maar individuele inbreng van de kinderen krijgen is dan wel moeilijker. Daarom kozen we in een derde sessie voor een een-op-een gesprek . Het is niet de enige manier om in gesprek te gaan, maar we merken toch dat een kleine groep gemakkelijker werkt dan een grote. In een groep met kinderen met een beperking is sowieso wat meer begeleiding nodig.
Daarnaast gingen we ook in gesprek met de ouders en begeleiders van de kinderen. Ook zij ervaren – samen met een kind – hoe het is om buiten te spelen. Zij zijn degenen die het dichtst bij een kind staan en kunnen het woord nemen in hun plaats wanneer dat voor het kind moeilijk is. Ouders en begeleiders hebben zelf ook hun eigen noden en aanbevelingen Zij geven bijvoorbeeld aan dat ze zelf voldoende zitplaats willen of genoeg ruimte nodig hebben om hun kind te ondersteunen en samen met hun kind te kunnen spelen.
Kleine aanpassingen, grote effecten
Kinderen met een beperking en hun ouders tonen en vertellen welke drempels, fysiek of mentaal, ze tegenkomen als ze willen buitenspelen.
Zo blijkt dat evenwicht een belangrijke vaardigheid is om zelfstandig op een speeltoestel te klimmen. Kinderen met een mentale en/of fysieke beperking hebben vaker moeite met evenwicht houden, bijvoorbeeld op touwladders of steile ladders, op een wipkip, op een glijbaan … Een stevige en brede trap kan voor een kind het verschil maken om wel of niet op een toestel te geraken.
Kinderen met een beperking lijken ook extra plezier te vinden in sensorisch spelen. De zandbak is daarbij een geliefd speelobject. Het zand nodigt uit tot voelen, creëren, bouwen … Voor een kind in een rolstoel kan zand dan weer lastig zijn, maar dat betekent niet dat het kind niet flexibel wil en kan zijn. Veel kinderen kunnen bijvoorbeeld door hun begeleider uit de rolstoel getild worden en zo ook in het zand zitten en spelen. In Menen is de zandbak populair, maar is ze begrensd door en boord van hoge balken. De zandbak zou toegankelijker zijn als de balken voor een deel zouden verdwijnen, vinden de meeste kinderen, begeleiders en ouders.

Voor schommelen hebben veel ouders en kinderen een simpele oplossing: een nestschommel geeft extra rugsteun aan kinderen die moeilijk zelfstandig op een klassieke schommel kunnen zitten: je kan er in liggen, zitten, en raakt er gemakkelijker op vanuit je rolstoel. Daarnaast vinden ze het ook gewoon leuk om samen te kunnen schommelen.
Samen ontwerpen
Een ontwerp in co-creatie is er twee waard. Niet alleen de kinderen van Skiver, maar ook de belanghebbenden bij de gemeente Menen werkten mee aan een schetsontwerp. Na het presenteren van de bevindingen uit de participatiesessies gingen we aan de slag met onder andere de technische dienst, de jeugddienst en de dienst veiligheid. Zelfs de leverancier van de speeltoestellen dacht met plezier mee.
Zo kregen we inzicht in wat wel en niet haalbaar is, en hoe deze aanbevelingen concreet vertaald zouden kunnen worden op het terrein. Het werd ook meteen duidelijk hoe iedereen de output van de sessie interpreteert. We spraken meteen over een concrete ruimtelijke vertaling. De bevindingen blijken best vlot in een schetsontwerp te passen. Met dat schetsontwerp gaan de diensten nu aan de slag om tot een definitief ontwerp te komen.




