Kinderparticipatie op afstand: allemaal digitaal?

Hoe kinderparticipatie vorm geven in tijden van corona? Voor ons laveerde het voorbije jaar in dat opzicht tussen lastig en afgelast. Door corona en de bijbehorende maatregelen vielen inspraakacties weg of kregen ze een heel andere vorm. Op veilige afstand liggen digitale mogelijkheden voor de hand. Maar zoals iedereen hadden we daarin een hoop te leren. En naast die relatieve onervarenheid rezen er nog meer knelpunten, die de kansen van kinderen om te participeren op het digitale speelveld meer beperken dan eerst gedacht.

Door Peter Dekeyser

Praktische bezwaren

Kinderparticipatie behoort tot het hart van ons werk bij Kind & Samenleving. Wanneer je in tijden van corona participatieacties wil opzetten, betekent dit in grote mate werken zonder fysiek samen te zijn. Overigens móchten we wettelijk gezien nog wel acties opzetten met fysiek contact, en alle praktische besognes in acht genomen deden we daar ook pogingen toe; maar gaandeweg moesten we constateren dat we dat in de praktijk gewoon niet geregeld kregen.

In theorie konden we nog steeds terecht op de plekken waar we gewoonlijk inspraakacties opzetten: op scholen of bij jeugdwerk. De wetgever liet toe dat we als essentiële derde op scholen mochten komen. Maar begrijpelijkerwijs stonden de meeste scholen echt niet te springen om ‘vreemden’ even te laten langskomen voor participatieacties. Ze beperkten het aantal bezoekers hoe dan ook liever, en de coronamaatregelen vergden allerlei bijkomend organisatorisch werk om hun kernopdracht te realiseren; de ruimte voor extra’s zoals participatiesessies werd zo wel heel beperkt.

‘Op afstand’ is niet altijd digitaal: bundeltje van een bevraging over speelwensen in het Antwerpse stadspark, afgenomen in een klas door de leerkracht, die het daarna inscande en opstuurde.

Ook bij lokale jeugdwerkorganisaties konden we in principe terecht. Maar ook daar rezen al snel praktische bezwaren. Als jeugdwerkgroepen tussen de lockdowns door dan toch eens mochten samenkomen, gaven ze er zeer begrijpelijk de voorkeur aan om hun kinderen voluit te laten spelen in plaats van hen bloot te stellen aan goedbedoelde participatieacties.

Op een paar uitzonderingen na konden de fysieke participatieacties de afgelopen maanden dus niet plaatsvinden. Gaf de zomer weer even uitzicht op die mogelijkheid en werden de eerste inspraakmomenten al gepland, dan diende zich al snel opnieuw een lockdown aan. Weg participatieactie!

Op veilige afstand

Een andere aanpak was het verkennen van de mogelijkheden om online te werken. In de afgelopen periode hebben we in een aantal trajecten digitale bevragingen opgezet. Daarbij moeten we toegeven dat onze vraagstelling, vergeleken met onze ‘gewone’ inspraakacties, vaak toch wat ‘vereenvoudigd’ werd. Peilen naar echte beleving was al helemaal geen evidentie. Soms herleidden we onze aanpak haast platweg tot een digitaal ‘in te vullen enquête’. Een voor de hand liggende werkwijze die helaas ook een soort eenrichtingsverkeer inhoudt.  

Het gevaar is met andere woorden dat alternatieve werkwijzen verglijden van participatie naar bevraging: échte interactie tussen de kinderen en tussen kinderen en begeleider vallen al te zeer weg. Werkelijke interactie is toch een heel ander verhaal.

Hoe je digitale groepsprocessen opzet met vernieuwende en speelse, digitale methodieken, op maat van kinderen…: dat is nog een ander paar mouwen. De afstand zat dan echt in de weg: als begeleider bleek het via het computerscherm niet zo eenvoudig om alle deelnemers goed in te schatten en op hen in te spelen. In vergelijking met rechtstreeks contact is het wat dat betreft behelpen. De complexiteit en face-to-face-interactie van participatie ondervang je niet even met een online bevraging of een flitsende app.

En dan hebben we het nog niet over de vraag of groepsoverleg via computers, waarbij je als jonge deelnemer toch moet stilzitten en gefocust zijn op de anderen die via kleine schermpjes in beeld komen, wel iets is op maat van kinderen. Het is ongetwijfeld de moeite om onlineparticipatie in de toekomst uitgebreid verder te verkennen en er zullen beslist nog veel mooie en creatieve methodieken het daglicht zien. Maar we mogen tegelijk niet blind zijn voor de grenzen van het online werken.

Kinderen zijn online niet zo eenvoudig te bereiken

En er diende zich nóg een knelpunt aan. Al snel merkten we dat het niet enkel ging om onze eigen eventuele beperkingen of die van de bevragingsmethodiek. We botsten op andere grenzen. Jazeker, de jeugd van tegenwoordig is quasi continu bezig met online sociaal contact. Met Tiktok, Instagram en snapchat, met Discord tijdens het gamen: die online wereld lijkt amper geheimen te hebben voor hen. Maar wat geldt voor jongeren is voor kinderen veel en veel genuanceerder. Kinderen hebben niet zomaar ongehinderd toegang tot al die digitale media. Waar het gaat over kinderen en online zijn, ageert de samenleving veel meer beschermend, waardoor kinderen niet zomaar autonoom kunnen deelnemen aan online platformen. Ouders en andere opvoeders hebben daar een evidente beschermende reflex.

En dan bleek er nog een beperking, een van materiële aard: apparatuur voor onlinecommunicatie is niet zomaar in voldoende mate aanwezig. Kinderen beschikken zelf veel minder over eigen toestellen dan bijvoorbeeld jongeren. En ook bij scholen zagen we die beperking nadrukkelijker in het basisonderwijs. Scholen hebben niet zomaar voldoende laptops of ander ICT-materiaal om vlot online interacties op te zetten. Alle kinderen tegelijk laten deelnemen aan online overleggen is op vandaag niet voor alle lagere scholen weggelegd. Ook hier is het behelpen. 

Inspraak via UMap, Antwerpen.

Online participatie, een avontuur dat wordt vervolgd

Digitale technologie en evoluties kunnen mogelijkheden creëren die heuse voordelen bieden tegenover fysieke acties. Digitaal materiaal is nadien vaak makkelijker te verwerken. Belangrijker is dat allerlei drempels voor de deelnemers kunnen wegvallen: ergens naartoe moeten, in het publiek het woord nemen…  Misschien was het nooit makkelijker om burgers en beleid bijeen te brengen, via het computerscherm in de huiskamer.  Maar waar het over kinderen gaat zullen we net zo goed rekening moeten houden met de evidente beperkingen:

  • Kinderen dienen ook hier de nodige bescherming te genieten en kunnen bijgevolg niet ongehinderd online gaan. De nodige randvoorwaarden zullen hier steeds in blijven meespelen.
  • Echte fysieke interactie, tussen deelnemers onderling, en tussen deelnemers en begeleiders, is van onschatbare waarde. Dat is maar moeizaam te ondervangen met online werkwijzen.
  • Het valt te betwijfelen of methodes waarbij kinderen contact hebben via computers wel voldoende kunnen inspelen op de nood aan bewegen, aan fysieke actie die kinderen hebben.
  • Hoe geraffineerd ook, de aanpak zal steeds afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van communicatie-apparatuur.  We moeten er niet van uit gaan dat gesofisticeerde apparatuur altijd en overal beschikbaar zal zijn.
MyMaps met jongeren van de jeugdraad in Hoogstraten

Actief werk maken van een fijne en creatieve zoektocht naar methodieken, apps en werkwijzen om zo de mogelijkheden van online inspraak en onlineparticipatie te ontwikkelen: dat zal ook de komende tijd zonder meer op de agenda blijven staan. We geloven stellig dat hier nog fantastische dingen te bedenken zijn waarvan we ons vandaag nog amper een idee kunnen vormen.

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ook interessant
Het nieuwe voortuin-hoppen
%d bloggers liken dit: