Het lockdown-laboratorium

Buiten spelen in de publieke ruimte staat onder druk. Dat is al jaren zo, en het is niet altijd duidelijk waarom – al legt corona misschien wel een paar pijnpunten bloot. Wouter Vanderstede merkte in zijn gezinsbubbel dat zijn drie zonen plots met geen stokken meer buiten te krijgen waren, en dat zette hem aan het denken.

Tot voor de coronamaatregelen werden ingeluid, was het ons behoorlijk gelukt: onze drie zonen kwamen regelmatig buiten in de publiek ruimte om te spelen. Met het gehele gezin, maar ook op eigen kracht. Niet extreem veel, maar genoeg om in de praktijk te zien wat we bij Kind & Samenleving bepleiten.

De oudste is ondertussen een tiener van dertien jaar, en bij hem merk je wel dat het echte ‘buiten spelen’ vermindert. Maar de twee broers van negen en elf genoten steeds meer van het vrijuit op stap gaan in de publieke ruimte. Helaas is dit, op het moment waarop ik dit schrijf, bijna compleet verleden tijd geworden.

Of kinderen veel buiten spelen of niet: het is een complex samenspel van allerlei factoren. Kinderen hebben allemaal wel hun eigen redenen, en door corona kwam dit bij ons duidelijk tot uiting. Onze drie kinderen zijn gevoelig voor drie verschillende motivaties, en dus hadden de corona-maatregelen daar ook telkens een anders invloed op.

1. Motivatie vanuit een duidelijke activiteit

Voor onze jongste moet het speeldoel heel duidelijk zijn: hij gaat niet zomaar naar buiten, maar doet dat om iets specifiek te spelen. Eenmaal ter plaatse kan dat nog veranderen, maar er moet vooraf een duidelijk en afgelijnde activiteit benoemd worden om gemotiveerd te geraken. Liefst is het een activiteit met wat spelregels en enige competitie: voetbal, badminton, wedstrijdjes …

Een publieke ruimte in lockdown, waarin heel wat afgelijnde activiteiten verboden zijn (spelen in de speeltuin, voetballen en sporten, zelfs zitten) is dan een gigantische afknapper: ‘Wat moet ik daar dan doen? Je mag niet spelen en voetballen. Je mag niets. Dat is gewoon saai! Het enige dat mag, is wandelen en fietsen.’ Daar viel niet veel tegenin te brengen. Een aantal belangrijke ruimtes in onze woonbuurt waren zelfs gewoon afgesloten: het voetbalveldje, de speeltuin, de speelplaats van de hogeschool waar je goed kan skeeleren en BMX’en … Hem ompraten lukte gewoon niet.

Bovendien waren daar de digitale verleidingen. Misschien vond onze jongste het competitieve en de uitdaging nu wel in gaming? De gametijd werd in corona-tijd immers uitgebreid naar 30 minuten per dag (vaak opgerekt tot 45 minuten, ‘ik heb nog één leven’, weet je wel). De uitbreiding was niet gigantisch, maar het bleek toch een invloed te hebben. De drie broers vonden het leuk om elkaar te zien gamen, en spraken af om de gametijd niet samen ‘op te gebruiken’. Dan kom je aan 3 x 45 minuten per dag. Tja, dan schiet er op een avond na een dagje tele-school al niet zo veel tijd meer over om buiten te spelen …

2. Motivatie vanuit het sociale

Voor onze middelste is dit anders: de hoofdmotivatie voor buiten spelen zit bij hem in het sociaal samenzijn. Wat er precies wordt gespeeld, is ondergeschikt, als het maar leuk-met-z’n-allen is. Zelfs een gewone wandeling is dan oké. Dan kan je gezellig babbelen.

Maar… hij vertrekt niet alleen. Alleen gaan spelen is voor hem geen optie. En daar zie je het tweede pijnpunt in de quarantaine: afspreken met vriendjes en dan samen naar buiten trekken, is verboden. En als de jongste broer dan niet mee wil omdat er geen duidelijk doel is, dan is het voor beiden terug naar af. Ook ons tweede kind viel dus niet te motiveren om buiten te spelen.

En, zo bleek, gezellig dingen samen doen, kan je ook via gaming … Ook bij hem knabbelde het digitale aan het analoge spelen.

3. Motivatie vanuit exploratie

De oudste zoon is dan weer minder geïnteresseerd in het sociale en competitieve. De voormiddagen in het middelbaar zijn gevuld met online lessen. In de namiddag  moet hij ook al meer studeren. Hij leest veel en graag. Wat hem wel nog steeds kan motiveren om naar buiten te trekken, is het ontdekken van natuur en stad, indrukken opdoen, de leefomgeving verkennen, vaak heel tactiel. De suggestie ‘ga eens een luchtje scheppen’, werkt wel. De covid-maatregelen hebben op hem misschien wel het minst een negatieve invloed, omdat ze net wandelen, fietsen en de eigen buurt ontdekken vooropstellen als alternatief.

Maar na enkele weken heeft zo’n 13-jarige zijn eigen buurt wel genoeg verkend. Je kan hem wel even verder sturen, naar de bib, voor een boodschap … Dat doet hij nog steeds, vaak ook samen met de middelste broer (die het gezellig vindt om met zijn oudste broer op stap te gaan), maar écht ‘vrij buiten spelen en exploreren’ is dit niet. Eigenlijk hadden we hem weleens kunnen voorstellen: ‘Fiets naar dat natuurgebied en verken het eens’ (al dan niet met broers). Maar dat is  toen eerlijk gezegd niet bij ons opgekomen.

Met als gevolg dat ook bij hem de buitenactiviteit op een laag pitje stond. En er is ondertussen een andere spannende nieuwe wereld om te exploreren: het oneindige universum van Minecraft bijvoorbeeld. Ook voor hem is de gametijd gelimiteerd, maar de gesprekken over deze digitale werelden kunnen eindeloos doorgaan.

Van lockdown tot speel-breakdown

Deze familieverhalen laten zien hoe divers buitenspelen is: niet alleen in hoe het eruitziet, maar ook in wat kinderen drijft om al dan niet te gaan spelen en dus ook in wat ze daarvoor nodig hebben aan ruimte, activiteiten, gezelschap, toelating. Een eenduidig antwoord is er dus niet op de vraag hoe we de achteruitgang van het vrij buiten spelen kunnen stoppen. Het is een complex samenspel van op elkaar inwerkende en versterkende elementen. Dat is voor elk kind anders en wat afhankelijk van zijn/haar eigen specifieke gevoeligheden. Het is vooral de combinatie van beperkingen tijdens deze lockdown die binnen ons gezin tot een breakdown heeft geleid van het buiten spelen.


PS 1

Ondertussen hebben we de oudste het voorstel gedaan om eens wat verder te gaan fietsen. Het leek hem aanvankelijk een vreemd idee. Maar na wat overweging lijkt het hem wel wat: ‘Dan kan ik gaan waar ik wil.’

PS 2

Nu de speeltuinen weer geopend zijn en frisbee, badminton en zelfs voetbal in beperkt gezelschap weer oogluikend worden toegestaan, zien we ook de jongste herleven in het buiten spelen. Hij heeft wel een vaste compagnon nodig, want je mag nog niet met om-het-even-wie spelen.

PS 3

En gelukkig is daar de middelste broer die – als het moet – wel mee kan voetballen, maar even graag, al hangend in de bomen, babbelt over deze vreemde tijden. 

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ook interessant
De bouwshift door de ogen van tieners
%d bloggers liken dit: