Alle meisjes buiten!

Over de m/v-factor van speelruimte

Waarom spelen meisjes minder buiten dan jongens? En is de publieke ruimte wel genoeg op hen afgestemd? Het zijn vragen waarop we dit en volgend jaar inzoomen. Door aan de slag te gaan met meisjes tussen tien en twaalf willen we antwoorden zoeken, én steden en gemeenten inspireren met concrete voorstellen. Nieuwsgierig? We brengen u hier alvast een blik achter de schermen van het onderzoek.

Door Sabine Miedema

Uit eerder onderzoek blijkt dat meisjes minder buiten spelen dan jongens. Maar waarom is dat zo? In een reeks participatieprojecten gaan we op zoek naar de betekenis van de publieke ruimte voor hen. In vier steden werken we daarvoor met een kleine groep meisjes. We focussen hierbij niet enkel op de ruimtelijke aspecten, maar polsen ook naar de sociale dimensie. Is buiten zijn voor meisjes wel zo vanzelfsprekend? Voelen ze zich er veilig, samen of alleen?

Inmiddels zijn de eerste participatiesessies met meisjes al volop bezig. Zo zijn de resultaten uit Leuven al binnen en zijn we volop aan de slag in Antwerpen. En wat een avonturen maken we mee: meisjes die van hoge muren springen, chillen op speeltoestellen en een selfie maken met de bewaker van het winkelcentrum. Meisjes willen alvast heel graag aantonen dat zij minstens even stoer zijn als jongens.

In drie sessies naar een maquette

De leeftijdscategorie – tussen 10 en 12 jaar – zorgt ervoor dat we goed moeten nadenken over onze methodieken. Het mag niet te kinderachtig worden, maar moet toch speels genoeg zijn. Er moet genoeg uitwisseling zijn in de groep, maar we hebben ook individuele opdrachten en gesprekken nodig om taboe-thema’s over de publieke ruimte te bespreken.

Elke groepsdynamiek vraagt een andere aanpak, maar toch blijven we tot nu toe met eenzelfde opbouw werken. De participatietrajecten met meisjes bestaan telkens uit drie sessies die we samen met de meisjes vorm geven.

In de eerste sessie is het belangrijk om een algemeen beeld te krijgen van de ideeën van de meisjes over spelen en de publieke ruimte. Daarom bestaat ze uit een aantal vragen waarmee we op een speelse manier polsen naar hun ruimtegebruik en -beleving. We laten ze op een kaart de ruimte tekenen tussen huis en school, zodat we daar gericht vragen kunnen over stellen. Woon je in een leuke buurt? Hoe ga je naar school? Welke leuke en stomme dingen kom je tegen? Daarna gaan we met de meisjes op stap in het projectgebied. Zo krijgen ze veel meer mogelijkheden om over bepaalde details te vertellen, waar ze niet snel over zouden beginnen als we binnen waren gebleven: ‘Deze plek is heel leuk omdat we er kunnen spelen en we komen hier graag. Maar enkel aan deze kant, want aan de ander kant van het plein zitten jongens die roken en die zijn eng.’

Voor sessie twee weten we al beter met welke thema’s we aan de slag gaan: een bepaald pleintje herinrichten, een parkreglement uitschrijven om het park veiliger en leuker te maken voor meisjes, een straat gezelliger maken door meer parkjes te ontwerpen. Een eerste ontwerpoefening doen we door bijvoorbeeld collages te maken. We brengen een stapel papieren met inspiratie uit andere landen mee, vaak gevonden op Pinterest. Zo kunnen ze nadenken over een specifieke ruimte, maar blijft het ook nog algemeen genoeg om toe te passen op andere ruimtes.

In sessie drie maken we  maquettes van de plek die zij graag opnieuw willen ontwerpen. Dit kan in groepjes of individueel. De meisjes maken hele kunstwerken, maar doordat we van de plek een ondergrond met Google Maps maken, moeten ze ook realistisch zijn. Aan het eind van de sessie mogen ze hun ontwerpen presenteren. Dat geeft ons genoeg input om algemene ontwerpideeën uit te werken.

En vervolgens?

Met de resultaten van de drie sessies gaan we vervolgens aan de slag. Welke belangrijke thema’s komen bij de meisjes terug? Welke ontwerpprincipes worden specifiek benoemd? Die resultaten stellen we voor aan de stad waar we mee samenwerken. Die kan hiermee meteen aan de slag in het specifieke projectgebied, maar ook op andere plekken in de stad. De inzichten vormen de krijtlijnen voor een meisjesvriendelijke inrichting van de publieke ruimte.

Met de verzamelde resultaten uit de vier steden kunnen we ook een overzicht ontwikkelen van de specifieke wensen en noden van meisjes. De resultaten zullen in het najaar van 2020 worden gepresenteerd met een publicatie en een studiedag. Wordt vervolgd!

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ook interessant
Hé, het is OK!
%d bloggers liken dit: