Pokémon in the woods

Tienersporen: tieners over hun kleine plekken

Komen tieners nog buiten of zitten ze altijd over hun schermpjes gebogen? In een reeks gesprekken met tieners proberen we daar een genuanceerd zicht op te krijgen. In deze eerste aflevering trekken we op pad met Sebastiaan, dertien, liefhebber van de natuur én van Pokémon. Een interview in zeven haltes.

Door Wouter Vanderstede

1. ‘Buiten’ en ‘Buiten buiten’

We spreken af met Sebastiaan en zijn vriend in de garagestraat achter hun woning in Sint-Katelijne-Waver. Aan de voorkant ligt een tamelijk drukke verbindingsweg. Maar de woningen zijn achteraan ontsloten door een wegje met allemaal garageboxen. De buurt hangt heel goed samen en er wordt hier nog veel op straat gespeeld. Maar voor tieners verandert er blijkbaar iets.

 ‘Ik kom hier dikwijls basketten. Vroeger kwamen er altijd kinderen meespelen, maar nu ze in het middelbaar zitten, gebeurt dat bijna niet meer. Ze hebben allemaal hun hobby, huiswerk of blijven binnen.’

Ik vraag hem waarom hij wél nog buiten komt.

‘Voor frisse lucht. Of als het mooi weer is. In jouw tuin ben je “buiten”, maar in het park of in het speelbos ben je “buiten buiten”. Je doet meer wat je zelf wil.’

2. Rusthalte op het kerkhof

De eerste plek die Sebastiaan wil tonen, is het achterliggende wijkpark. Je rijdt ernaar toe via een paadje doorheen het kerkhof. Zijn belangrijkste vervoersmiddel is de fiets, dus trappen we met hem mee.

In het voorbijrijden langs het kerkhof duikt er nog een plekje op:

‘Ik kom hier regelmatig rustig op de bank zitten. Er zitten zeldzame Pokémons hier rond het kerkhof. Pokémon Go is al een beetje een oud spel, maar er zijn er toch nog een paar in mijn klas die het spelen. Soms sta ik onder dat afdak als het regent. De mijnheer van het kerkhof komt hier vaak voorbij, want zijn materiaalkot is daar verder. Ik ken hem een beetje. Hij zegt alleen iets als we met de fiets langs het andere paadje gaan, waar je met de fiets niet door mag.’

3. Avontuurlijk wijkpark

Het park achter kerkhof blijkt een belangrijke plaats voor Sebastiaan.

‘Hierlangs rij ik elke dag naar school. Meestal fiets ik recht naar huis of naar school, want ik moet doorfietsen om op tijd te zijn. Maar hier in dit park kom ik ook als er geen school is.’

Het wijkpark heeft verschillende zones, die elk hun kwaliteit hebben.

‘Op het grote grasveld kom ik soms voetballen. Meestal is dat dan met mijn broer. Er is ook een meertje en soms zit ik op die bankjes daar naast het water. Hier staan goede klimbomen. De scouts komt hier ook, en laten soms touwen hangen, zoals nu. Zo geraak je gemakkelijk in de boom. En ze hebben weleens vlotten gemaakt om op het eilandje te geraken. Daar is een lang stuk waar ik met mijn telegeleide auto kom. Zo’n lange helling vind je nergens anders.’

Sebastiaan voelt zich betrokken bij het park. Hij blijkt ook behoorlijk goed op de hoogte van de ruimtelijke ontwikkelingen en wat er allemaal leeft in het park.

‘Het is een goed park, maar ze zouden het mogen vernieuwen. De paadjes zijn heel hobbelig, en vroeger was er aan het meertje ook een waterval, maar die werkt niet meer. Dat grote oude gebouw hiernaast wordt verbouwd. Daar komen appartementen in en de bejaarden verhuizen naar een plek verderop. Er is ook een groep bejaarden die hier de paadjes proper komt maken. Die doen goed werk.’

4. Private paadjes?

Een andere belangrijke plek is het speelbos. Dat ligt iets verder en daar gaat hij alleen als er vrienden of familie zijn. Het is leuk om te laten zien en er valt veel te beleven. Op weg rijden we langs veel kleine paadjes.

‘De kortste weg naar het speelbos is langs deze kasseiweg. Ik neem die meestal. Anders is het een saaie en drukke baan en je moet ver om. De kasseiweg is wel privaat, maar het is geen probleem om die te nemen.’

5. Even detective in het speelbos

Het speelbos is nog niet zo lang geleden aangelegd door de gemeente. Er is een mountainbike-route die hij heel avontuurlijk vindt.

‘Ben je zeker dat je er mee langs wil? Er liggen boomstammen over de weg en veel diepe plassen!’

We nemen de uitdaging aan en slingeren langs een behoorlijk hobbelige route naar het eigenlijke speelbos. Ik kan nog net volgen. Daar wacht een onaangename verrassing.

‘Ai, ze hebben die grote boomstam daar in brand gestoken! Amai… Spijtig. Hey, ik zie hier een huiswerkblad. Er staan een school en klas op. Zouden ze zo dom zijn om hier bewijs achter te laten?’

6. Naar de battle arena

Het bewijsstuk gaat in de zak en de tocht kan verder. We trekken het evenwichtsparcours op en de smartphone wordt bovengehaald: Pokémons vangen! Alleen bij de moeilijke punten op het klimparcours gaat die weer in de zak.

‘Hier zitten veel bos-Pokémons. Als je die hebt, kan je evolven tot een betere. Ik doe nu eerst nog power up. Dan kan ik een battle doen aan de arena.’

Dan wordt het even stil. Sebastiaan is een goeie halve minuut intensief bezig om een vijandige Pokémon te bekampen.

‘Voilà. Ik heb hem verslagen. Nu ben ik hier de baas en bewaak ik deze plek. Het is nog maar enkele weken dat deze arena hier is. Er zijn dus overal op de wereld mensen die 3D-foto’s nemen van plekken. Die worden dan een arena, zoals hier.’

In de arena zelf switchen we vlotjes van Pokémons naar paddenstoelen. Hij had al zwavelkopjes gezien en vliegenzwammen. Maar de paddenstoelen hier kent hij niet.

7. Bereikbare voorzieningen

De laatste halte is een gemeentelijke site waar het zwembad, een sporthal, de buitenschoolse kinderopvang  en de schoolbibliotheek in elkaars buurt liggen in een mooi aangelegde, verkeersluwe omgeving. Het is maar 10 minuutjes fietsen van huis naar de site. Sebastiaan gaat er al een tijdlang zelfstandig naar toe.

In het zwembad komt hij allang, van toen hij nog in de zwemclub zat. Met de zwemclub is hij gestopt, maar hij gaat nog steeds vaak zwemmen. Vlakbij ligt de karate-club. De lokale bibliotheek is hij ondertussen ontgroeid en nu loopt hij wel een beetje tegen een grens aan.

‘In de oude bib kwam ik vroeger wel veel. Maar nu is die weg en in de lokale bib hebben ze niet veel meer voor mij. Nu ga ik altijd naar Mechelen en Bonheiden. Naar Mechelen ga ik bijna nooit alleen: er zijn drukke kruispunten om er te geraken, daar op de Ring. Naar Bonheiden lukt het wel, dat kan helemaal langs een fietsstraat zonder drukke kruispunten.’

Op dit moment is het nog geen ramp dat hij niet gemakkelijk alleen in de stad geraakt. Shoppen zegt hem nog niet zo veel.

‘Shoppen? Pfff… Ik ga er wel kleren kopen als het moet. Shoppen is niet echt iets voor mij.’


Met grote dank aan Sebastiaan en zijn ouders.

Geef een reactie

Welkom

Dit is het Magazine van Kind & Samenleving. Het komt drie keer per jaar online. Veel leesplezier!

Lees over onze thema’s

Ook interessant
De schoolomgeving als een goed functionerend plein
%d bloggers liken dit: